Over onderwijs, waarden en inspiratie

In dit artikel argumenteer ik dat leraren er recht op hebben dat de school waar ze werken hen inspireert, hen in verbinding brengt met wat hen als leraar en mens drijft. Een katholieke dialoogschool heeft daar de ‘resources’ voor: de rijke traditie waaruit ze ontstaan is.

Link naar de pdf.

Waardengericht ondernemen en de inspiratie van katholieke dialoogschool

Het Wereld Economisch Forum koos voor de jaarlijkse bijeenkomst in Davos van 2020 als thema ‘stakeholder capitalism’ of ‘inclusief kapitalisme’. Er werd gesproken over ‘zinvol ondernemen’ en ‘waardengericht ondernemen’. In dit artikel kijken we eerst naar de manier waarop in de bedrijfswereld met begrippen als ‘waarden’ en ‘zingeving’ wordt omgegaan. We geven daarna parallellen aan met hoe we in katholieke dialoogschool over ‘waarden’ en ‘zingeving’ spreken, maar duiden vooral een fundamenteel verschil aan. Daarmee willen we duidelijk maken hoe belangrijk een katholieke dialoogschool kan zijn voor de persoonlijke vorming van haar medewerkers. Tot besluit vermelden we enkele voorbeelden van de manier waarop Katholiek Onderwijs Vlaanderen scholen hierbij wil ondersteunen.

Inspiratie vinden door een collectieve ambitie?

De maatschappelijke verwachtingen waaraan onderwijs moet voldoen lijken elke dag wat groter te worden. In die context lijkt het op het eerste zicht wat vreemd om het belang van de inspiratiebronnen van een katholieke school voor de kwaliteit van haar onderwijs naar voor te schuiven. Is dat geen omweg, wanneer we zo snel mogelijk resultaten dienen te boeken in ons voortdurend streven naar beter onderwijs? Nochtans wordt het belang van inspiratie alvast in de bedrijfswereld steeds meer onderkend. Rik De Wulf legt in zijn boek “Soulmade” uit welke mechanismen bepalen of en hoe medewerkers zich kunnen verbinden met de organisatie waarvoor ze werken . Dat is volgens hem trouwens niet alleen fijn voor die medewerkers. Het komt ook het economisch succes van de organisatie ten goede, doordat werknemers die zich sterk kunnen verbinden met hun organisatie zich hier meer voor inzetten (Soulmade, p. 53).

De Wulf analyseert de dynamiek die de verbondenheid van medewerkers met hun organisatie bepaalt door de relatie tussen vier elementen te schetsen: (1) IK en (2) WIJ en (a) ZIJN) en (b) DOEN. Met IK bedoelt hij het “individuele verlangen om iemand te zijn en een verschil te kunnen maken”. WIJ gaat over het verlangen om deel uit te maken “van iets dat groter is dan onszelf”. Met ZIJN duidt De Wulf de nood aan om zinvol werk te doen, aan iets van betekenis bij te dragen. DOEN, ten slotte, gaat over de zichtbare resultaten die we boeken. Als persoon (“IK/ZIJN”) hebben we eigen waarden. We willen onze talenten inzetten voor iets dat daar zo nauw mogelijk bij aansluit. Als de rol (“IK/DOEN”) die we in een organisatie kunnen opnemen dat inderdaad mogelijk maakt, krijgen we daar energie van. Ook van belang is de mate waarin de collectieve ambitie van de organisatie (“WIJ/ZIJN”) strookt met onze eigen ambitie (“IK/ZIJN”) en hoe zich dat concreet vertaalt in de realisaties van de organisatie (“WIJ/DOEN”). Zijn dat realisaties waar we zelf trots op kunnen zijn, waar we graag toe bijdragen vanuit onze rol in de organisatie (“IK/DOEN”) (Soulmade, p. 51)?

De Wulf spreekt over het “spiritueel kapitaal” van organisaties; het vermogen van een organisatie om zich met een hoger doel te verbinden en helder te kunnen aanduiden op welke manier ze maatschappelijke verantwoordelijkheid wil opnemen. Hij benadrukt dat het niet alleen voor organisaties belangrijk is om “spiritueel kapitaal” op te bouwen. Ook de medewerkers, geeft hij aan, hebben er nood aan om vervulling te vinden in hun leven, om zich te kunnen verbinden met een hoger doel en zo hun buitenkant (‘doen’) te verbinden met hun binnenkant (‘zijn’). (Zie Soulmade, p. 10-11 en p. 109). Het bijzondere van zijn benadering is dat hij werk als een manier ziet om mensen in staat te stellen deze verbinding te maken en geïnspireerd te leven, ook in hun persoonlijk leven. Dat sluit mooi aan bij de verwijzingen naar ‘inspiratie’ in de Engagementsverklaring van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Zo stelt deze tekst dat medewerkers van een school mogen verwachten in die school de inspiratie te vinden “om mee te werken aan het katholiek-pedagogisch project van de school.” Hoe kan een katholieke dialoogschool dat waar maken en daardoor leraren de kans geven, zoals De Wulf zegt, authentiek te leven, in verbinding met hun eigen waarden en passie?

De Wulf wijst op in dit verband op het belang van de collectieve ambitie van een organisatie. In de visietekst “Katholieke dialoogschool” wordt over die ambitie gesproken in termen van “een oefenplaats voor samenleven”, waar mensen leren hoe ze kunnen helpen bouwen “aan een open, zinvolle, verdraagzame en duurzame samenleving, waar een plaats is voor iedereen – een wereld waar ook God van droomt.” Elke katholieke school heeft in de teksten waarin ze haar missie en visie vat een eigen collectieve (genereuze?) ambitie verwoord. Kunnen medewerkers zich daarmee verbinden? Welke rol kunnen zij opnemen om het “WIJ/ZIJN” van de school te helpen realiseren? Weerspiegelt de werking, het “WIJ/DOEN” van de school haar collectieve ambitie?
Het zijn dezelfde soort vragen die ook de identiteitsdriehoek oproept, een kader dat in Katholiek Onderwijs Vlaanderen al langer gebruikt wordt om de identiteitsontwikkeling van scholen te ondersteunen. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt dat de identiteitsontwikkeling van een school gekenmerkt wordt door een voortdurend samenspel tussen: (1) de persoonlijke identiteit en (2) de professionele identiteit van elke medewerker en (3) de institutionele identiteit van de school. Vanuit het individuele perspectief van een medewerker van een katholieke dialoogschool kan dit schema tegelijk geruststellend én opvorderend werken. Geruststellend, want de identiteitsdriehoek maakt duidelijk dat het normaal is dat onze persoonlijke identiteit niet volledig samenvalt met de institutionele identiteit van onze school. Opvorderend, want tegelijk vraagt de dynamiek van de identiteitsdriehoek ook om naar de verbinding tussen de verschillende vormen van identiteit te zoeken. Kan je jezelf verbinden met het project van je school, herken je jezelf hierin? En kan je die verbinding niet alleen op het professionele vlak maken, maar ook op persoonlijk vlak?

Tot hiertoe namen we in dit artikel alleen het perspectief van de individuele werknemer in. Het is aan hem of haar, zagen we, om eigen waarden te verkennen en na te gaan in hoeverre die waarden passen bij de waarden van de werkgever. De visie van een onderneming hoort duidelijk te zijn en mag niet alleen blijken uit een mooie tekst, maar moet ook als concrete werkelijkheid te ervaren zijn in het dagelijks werk van het bedrijf (De Wulf, p. 74-75, 83). Maar verder lijkt voorlopig de verantwoordelijkheid van een organisatie niet te gaan. Ook onze bespreking van de identiteitsdriehoek lijkt te suggereren dat het tot de verantwoordelijkheid van elke individuele leraar hoort om te zoeken of en hoe hij/zij zich thuis kan voelen in het project van een katholieke dialoogschool. Tot op zekere hoogte – zie de Engagegementsverklaring – is dat ook zo. Het lijkt dan vanzelfsprekend om te suggereren dat dialoog over vragen als ‘Welke school willen we zijn?’, ‘Waarom doen we dit (niet)?’, ‘Waar willen we uiteindelijk naartoe?’ nuttig is voor de identiteitsontwikkeling van de school. Maar is deze dialoog ook voldoende om te waarborgen dat een school zich als katholieke dialoogschool ontwikkelt? Is het voldoende dat leraren zich aangesproken voelen door de genereuze ambitie, het collectieve hogere doel van de school waar ze (willen) werken om ervoor te zorgen dat zij betekenis kunnen vinden in hun professionele en persoonlijke leven? Is een katholieke dialoogschool de pedagogische pendant van een waardengerichte onderneming? Of zijn er toch verschillen tussen beide die er toe doen?

Een collectieve ambitie vinden door inspiratie?

De identiteitsdriehoek betreft niet alleen de individuele identiteitsontwikkeling van de medewerkers van een katholieke dialoogschool. De dynamiek die tussen de drie hoeken speelt heeft ook gevolgen voor de institutionele identiteit van de school. We citeren uit de basistekst bij de identiteitsdriehoek: “De identiteit van een katholieke school, die zich steeds verder ontwikkelt als deel van de katholieke traditie en gemeenschap, kan door schoolbestuur en schoolleiding niet alleen als opdracht voor zichzelf en alle medewerkers worden gezien. Ze is ook een gave, die mogelijk maakt om vandaag heel concreet te beleven wat de inspiratie van Jezus Christus kan betekenen. Meer nog: de institutionele identiteit van een katholieke dialoogschool maakt mogelijk om zich te laten inspireren, vanuit welk perspectief men ook zelf naar de wereld kijkt.” Anders gezegd: zoals bedrijven met hun missie en visie werknemers kunnen inspireren door hen de kans te geven zich te verbinden met een hoger doel, geeft de identiteitsdriehoek aan dat het project van een katholieke dialoogschool leraren kan inspireren. In ‘waardengericht ondernemen’ worden een aantal wegen geschetst om als bedrijf te waarborgen dat werknemers zich betrokken voelen bij de gezamenlijke visie en missie. Aspecten als inspraak, ruimte geven voor inbreng van alle medewerkers, de visie in de dagelijkse praktijk van een bedrijf concretiseren, werken aan de cultuur van de onderneming, … komen vaak terug. Vanuit onderwijsperspectief valt meteen op dat dit raakt aan zaken die ook voor de praktijk van katholieke dialoogschool cruciaal zijn, zoals hoe we leiderschap zien, hoe we concreet ruimte maken voor dialoog of hoe schoolklimaat het samenwerken en -leven op school bepaalt. Tegelijk brengt dit ons bij een wezenlijk verschil in de manier waarop in ‘waardengericht ondernemen’ en ‘inclusief kapitalisme’ over inspiratie en zingeving wordt gesproken en wat we daarmee bedoelen in het perspectief van katholieke dialoogschool.
De onderliggende veronderstelling in inclusief kapitalisme is dat waarden doorheen de sociale interacties tussen mensen bepaald worden, als een ‘nieuw sociaal contract’ (Change by Design, p.177-201). Je zou in het verlengde hiervan kunnen zeggen dat Katholiek Onderwijs Vlaanderen ook een aantal waarden naar voor schuift als een sociaal contract met alle betrokkenen. Naast de specifieke inspiratiebronnen van elke katholieke school, worden immers volgende ‘wegwijzers’ benoemd: gastvrijheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid, uniciteit in verbondenheid, kwetsbaarheid en belofte, verbeelding en generositeit. Maar elk van deze begrippen is in feite een kernachtige omschrijving van wat we ook ‘bijbelse intuïties’ kunnen noemen (Hoop doet leren). Dat is geen detail.
Laten we als voorbeeld ‘kwetsbaarheid en belofte’ nemen, over mogelijkheden van mensen, grenzen aan die mogelijkheden en over nieuwe kansen krijgen. Zonder haar Bijbelse wortels zal het begrip ‘kwetsbaarheid en belofte’ volledig afhankelijk zijn van de consensus binnen een schoolteam over welke grenzen erkend worden en onder welke voorwaarden nieuwe kansen mogelijk zijn. Dat is op zich een goede zaak en loopt parallel met wat in ‘waardengericht ondernemen’ rond waarden en het vinden van betekenis wordt gezegd. Maar de bijbelse wortels van deze wegwijzer geven er een eigen dynamiek aan. Eén van deze wortels is het verhaal dat Jezus vertelt over de wijngaardenier die van zijn meester opdracht krijgt een wijnstok om te hakken, maar: “De wijngaardenier antwoordde: ‘Mijnheer, laat hem dit jaar nog staan, zodat ik de grond eromheen kan omspitten en bemesten. Wie weet draagt hij dan volgend jaar vrucht.’ (Luc. 13, 8-9)” Dit verhaal, net zoals andere verhalen uit de Bijbel, stelt elke consensus in vraag, doet elk antwoord als tijdelijk zien, zonder zelf definitieve antwoorden te geven, zonder te veroordelen maar als een open uitnodiging om elke situatie opnieuw te overwegen en te kijken wat in die situatie van waarde is, wat in die situatie op het spel staat. Kort gezegd: in een waardengerichte onderneming zijn het waarden die mensen inspireren, in een katholieke dialoogschool brengt inspiratie mensen tot waarden.

Tot besluit

De identiteitsdriehoek vraagt “dat medewerkers bereid zijn om persoonlijke ervaringen, overtuigingen, tastend en zoekend geloof, twijfels, idealen, bezieling, … ter sprake te brengen.” Zo, geeft het document verder aan, kan een beroepsspiritualiteit groeien. Het gaat daarbij uitdrukkelijk niet alleen om een christelijk perspectief. Zoals Lieven Boeve stelt: “Niet alleen christenen kunnen een relationeel mensbeeld huldigen. Door actief deel te nemen aan het gesprek en door hun eigen stem te laten weerklinken in die dialoog, zetten ze mee de uitwissseling en wederzijdse leerprocessen in gang. Bovendien kunnen zij zelfs kleur brengen bij het binnenbrengen van de christelijke stem in de dialoog, net vanuit het verschil” (Het evangelie volgens Lieven Boeve, p. 52). Wanneer we dat koppelen aan wat de Engagementsverklaring vraagt van de school – inspiratie bieden aan medewerkers, leerlingen, … – dan komen we op het spoor van een belangrijke rol die een katholieke dialoogschool kan opnemen. In een samenleving waarin de vraag naar betekenis, naar zingeving langzaam maar zeker luider begint te klinken – zelfs bij de leiders van de wereldeconomie – kan een katholieke dialoogschool een oefenplaats zijn om met deze vragen om te gaan. Maar daartoe moet een katholieke school ook zichzelf de ruimte geven om te oefenen.

Bronnenlijst
Lieven Boeve, Het evangelie volgens Lieven Boeve: Mijn ambitie voor onderwijs, Leuven, Lannoo Campus, 2019
Tim Brown, Change by Design: How Design Thinking Transforms Organizations and Inspires Innovation, New York, HarperCollins, 2009
Rik De Wulf, Soulmade: Bezieling op het werk, Leuven, Davidsfonds, 2015
Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Basistekst bij de identiteitsdriehoek, 2019, zie: https://pincette.katholiekonderwijs.vlaanderen/meta/properties/dc-identifier/Ide-20190118-26
Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Engagementsverklaring van het katholiek onderwijs: Samen werken aan katholieke dialoogscholen, 2019. Zie: https://pincette.katholiekonderwijs.vlaanderen/meta/properties/dc-identifier/Ide-20190118-26
Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Hoop doet leren: Aanzet tot een pedagogie voor katholieke dialoogscholen, Antwerpen, Halewijn, 2019
Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Vademecum zorgbreed en kansenrijk onderwijs: bouwen aan een school voor iedereen, 2019. Zie: https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/vademecum-zorg-en-kansen
Chris Wyns, Diversiteit als gegeven en als fundament, In dialoog 2019 (3)

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.