Ik las vandaag treurig nieuws in mijn mailbox. Eén van mijn theologische helden is op zondag 28 april overleden. Philip Hefner kan gerust één van de founding fathers van het academische onderzoek naar de relatie tussen religie (theologie) en wetenschap(pen) genoemd worden, zoals je in het overlijdensbericht onderaan deze blogpost kan lezen.
Voor mij persoonlijk had hij een enorme invloed op mijn geloof, op mijn denken over mens en wereld en over onderwijs. De manier waarop hij de evolutionaire geschiedenis van de mens integreerde in een theologische kijk op de mens (een theologische antropologie, zoals men dat dan noemt) was voor mij zonder meer baanbrekend.
Niet alleen omdat Hefner aangaf hoe onze geschiedenis als soort kan worden opgevat als een voortdurende dialoog tussen God en mens, als een voortdurend gebeuren van schepping door God. Ook niet uitsluitend omdat Hefner toonde hoe christelijk scheppingsgeloof niét betekent dat de mens zomaar alles kan doen maar, integendeel, verantwoordelijkheid moet nemen voor het welzijn van alle leven op aarde. En ook niet op de eerste plaats omdat hij verhelderde hoe de dialoog tussen theologie en wetenschap tot het (her)ontdekken van betekenis kon leiden.
Maar vooral omdat hij aangaf hoe een religieuze traditie ook voor de toekomst relevant kan zijn: als een manier om vanuit de wijsheid, opgebouwd door (soms bittere) ervaring, die onze soort doorheen de tijd verworven heeft vooruit te kijken naar de toekomst. Welke toekomstbeelden geeft een religieuze traditie ons mee? Hoe doen die beelden ons de relatie tussen mens en natuur zien? Hoe roept dat beeld ons op om vandaag te handelen? Dat soort vragen plaatste Hefner centraal.
Het zijn het soort vragen die volgens mij ook voor onderwijs essentieel zijn. Als je vanuit een onderwijsbril de boeken en de vele papers van Hefner leest, wordt je voortdurend opgeroepen om leerlingen een grondige kennis over de wereld waarin ze leven mee te geven.
Kinderen en jongeren moeten op de eerste plaats weten hoe onze natuurlijke omgeving in elkaar zit, wat wetenschappen ons leren over de processen die het leven op aarde vorm geven en welke impact de mens heeft op die processen. Daarnaast, en even belangrijk in de visie van Hefner, moeten ze weten welke verhalen, rituelen en metaforen mensen hebben gebruikt om inzichten over mens en wereld door te geven. Ze moeten leren te zien welke mogelijkheden voor de toekomst door die verhalen, rituelen en metaforen worden gesuggereerd en wat dit voor hen kan betekenen.
Het werk van Hefner vraagt wat vertaalwerk, niet alleen van Engels naar Nederlands maar ook van theologie naar pedagogie. Maar voor wie zich de moeite getroost, valt er heel wat inspiratie te rapen. Leestips: natuurlijk ‘The Human Factor’, maar misschien is het veel kortere werk ‘Technology and Human Becoming‘ een betere instap. Je vindt er Hefners basisgedachten, toegepast op technologie (niet verrassend, gezien de titel) en dat zit misschien wat dichter op de huid van wie in onderwijs werkt.
Het overlijdensbericht dat me via IRAS bereikte:
Philip Hefner, a Lutheran theologian known for his work in connecting scientists with religious thinkers in dialogue, died on April 27, 2024, at his home in Chicago. He was 91.
Soon after ordination in 1962, Hefner began his life’s work of teaching theology to students preparing to be pastors, finally joining the faculty of the Lutheran School of Theology at Chicago in 1967, where he spent the rest of his career.
By the 1990s, Hefner was writing about his signature theological insight, that human beings are created to be co-creators with God. While human beings are united with the rest of creation, they have a special place and special responsibilities because of their unique abilities.
Hefner established the Chicago Center for Religion and Science in 1989 and taught a long-running class at the Lutheran School, The Epic of Creation, which featured scientists from neighboring University of Chicago as lecturers. Hefner served as the editor of the Center’s journal, Zygon Journal of Religion and Science, for two decades.
Philip Hefner was born in Denver in 1932. He grew up in the nurturing community of Messiah Lutheran Church, and graduated from Midland Lutheran College in Fremont, Nebraska. He traveled to Tuebingen University in Germany as a Fulbright scholar in 1954 before beginning his studies at Chicago Lutheran Theological Seminary in Maywood, Illinois.
After receiving his doctorate from the University of Chicago, he was ordained in the United Lutheran Church in America in 1962 and began his teaching career at Wittenberg University’s Hamma Divinity School in Springfield, Ohio. After three years at Gettysburg Seminary in Pennsylvania, he joined the faculty of the Lutheran School of Theology at Chicago in 1967. He retired in 2011.
Hefner lectured widely in Europe, Africa and Asia. He was the author of eight books and was a delegate to the Lutheran World Federation, serving on the dialogue team engaging with the World Alliance of Reformed Churches. He served on the Lutheran-Reformed Coordinating Committee, and the commission which oversaw the formation of the Evangelical Lutheran Church in America (ELCA) in 1988.
At the center of his busy academic life was his chief vocation, teaching theology to ministerial students. He served on many synod and churchwide committees that dealt with candidacy and ministry.
At the age of 80, Hefner began to write poetry, much of which he shared on a blog he continued to write until his death. He published a volume during the pandemic in 2020,A Matter of Waiting: Poems of My Days.
Hefner married Neva Lamae in 1956; she died in 2022. He is survived by three daughters, Sarah Rowand, Martha Hefner and Julia Hefner, and by five granddaughters, Rory and Adeline Hefner-Templar and Emily, Kayla and Chelsea Rowand.